Pel de mandarijnen, haal de partjes los en snijd met een scherp mesje de vliesjes weg.
Bewaar het opgevangen sap.
Roer in een kom een flensjesbeslag van bloem met een mespunt zout, de eieren, melk en gesmolten boter.
Verhit telkens een beetje boter in een kleine koekenpan (15-18 cm) en laat een juslepel beslag over de bodem uitvloeien.
Keer de flensjes als de bovenkant droog is en bak ook de onderkant goudbruin.
Maak zo een stapel van 8 flensjes op een warm bord en houd ze warm onder aluminiumfolie.
Vouw de flensjes in vieren en leg ze op vier borden.
Schep de mandarijnpartjes erbij en besprenkel met het opgevangen mandarijnsap.
Strooi eventueel wat poedersuiker over de flensjes.