Doe de 300 gram snelkookrijst in een kookpan en voeg ruim water toe.
Voeg de 25 gram santen, de eetlepel koenjit, het serehpoeder en het citroensap toe aan de pan.
Voeg een klein snufje zout toe om de smaken te versterken tijdens het Nasi Koening maken.
Breng het geheel onder af en toe roeren aan de kook, zodat de santen volledig oplost en de koenjit de rijst gelijkmatig geel kleurt.
Laat de rijst onafgedekt ongeveer 8 minuten zachtjes doorkoken.
Houd de rijst in de gaten zodat deze niet te zacht wordt.
Giet de rijst af in een vergiet en laat hem goed uitlekken.
Doe de rijst terug in de pan, plaats het deksel erop en laat het geheel circa 15 minuten rustig nagaren.
Dit zorgt voor de perfecte, droge korrel van de Nasi Koening.
Roer de rijst voor het serveren voorzichtig los met een vork.