Verwarm de oven voor op 150°C.
Schep een cakebeslag van de boter, de suiker, de eieren, het zelfrijzend bakmeel, de speculaaskruiden, het zout, de gemalen amandelen en de melk.
Doe het beslag in een met bakpapier beklede springvorm, waarbij u de rand 2 cm verhoogt met bakpapier.
Laat de cake in het midden van de oven in 75 tot 90 minuten rijzen en gaar bakken.
Neem de cake uit de vorm en laat hem uitdampen.
De onderkant van de cake wordt na het omdraaien de bovenkant.
Boen de appels schoon, boor ze uit en snijd ze in dunne partjes.
Verwarm de partjes 5 minuten in het appelsap en vang het kookvocht op.
Klop de slagroom met de kaneel en de klopvast stijf.
Snijd de cake horizontaal in 2 lagen.
Bestrijk de onderste laag met de kaneelroom.
Verdeel 1 appel in schijfjes over de room en leg de tweede cakelaag erop.
Schik de rest van de appelschijven kransgewijs bovenop de taart.
Bereid appelgelei van het taartgeleipoeder en het opgevangen kookvocht volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Verdeel dit, als het lobbig is, over de appelpartjes bovenop de cake.