Maak het gehakt aan in een grote kom met wat zout, peper, de kerrie, de geraspte ui, de geraspte gember en de fijngemaakte beschuit.
Kneed dit goed door elkaar.
Vorm van het gehakt kleine Gemberballetjes, ter grootte van een ei (circa 8-10 stuks) en bak die in de hete boter in een braadpan snel rondom bruin.
Neem de Gemberballetjes uit de pan en zet ze even apart op een warm bord.
Maak de saus: Doe de gesneden gember en de gembersiroop in de pan met het bakvet.
Schenk er de bouillon op.
Schraap goed over de bodem, zodat het aanbaksel (de fond) loskomt en de jus op smaak brengt.
Voeg het citroensap, wat extra zout en peper toe aan de saus.
Breng de saus aan de kook.
Leg de Gemberballetjes terug in deze saus en laat ze, met het deksel op de pan, nog 10 minuten sudderen om goed door te garen en de smaken op te nemen.
Bind de saus eventueel met wat aangemengde maïzena (maïzena mengen met een eetlepel koud water) tot de gewenste dikte is bereikt.