Zorg dat de olijfolie goed op kamertemperatuur is en verwarm de witte wijn tot het lauw is.
Vermeng het zout en het bakpoeder door de bloem, doe de lauwe wijn en olijfolie scheut voor scheut door de bloem en meng alles tot stevig deeg.
Laat het deeg een uur rusten op kamertemperatuur.
Je kunt van het deeg kleine balletjes draaien zoals ze in de regio rondom Napels doen of zoals Donna Enza het in de regio Apulië doet: rol van het deeg lange slierten met ongeveer een halve centimeter doorsnee en snij met een mes er kleine stukjes van, een soort mini-gnocchi.
Verhit de olie (b.v. zonnebloem- of koolzaadolie) en frituur in kleine porties de porcedduzzi omdat ze anders aan elkaar vast bakken. Wacht totdat ze niet meer rijzen en een mooie lichtbruine kleur krijgen. Laat ze uitlekken op keukenpapier.
Verwarm de honing (niet heet) zodat deze iets dunner wordt. Doe de porcidduzzi in een schaal en giet er de warme honing overheen. Goed mengen zodat alle porcedduzzi lekker plakken van de honing. Bestrooi met de gekleurde confetti.
Het is de bedoeling dat je porcedduzzi eet met de hand, eenvoudigweg een deel van de plakkerige massa pakken en oppeuzelen. Dat je kleverige handen krijgt, ja, dat hoort bij de traditie wanneer je van deze Italiaanse lekkernij wilt genieten.