Verwarm de oven voor op 200°C (boven-/onderwarmte).
Haal het deeg 10 minuten voor gebruik uit de koelkast.
Smelt de boter in een pan en voeg het paneermeel en 75 g kristalsuiker toe.
Roer tot het mengsel goudbruin is en haal van het vuur.
Meng de overgebleven kristalsuiker met de rabarber en laat het 30 minuten rusten.
Giet daarna het overtollige vocht af.
Meng in een kom de poedersuiker, 75 g geschaafde amandelen, citroenrasp, kaneel en eieren.
Voeg het botermengsel toe en roer goed.
Rol het deeg uit op het meegeleverde bakpapier en leg het in een ingevette taartvorm van 24 cm.
Versterk de rand van de taart met het overhangende deeg.
Prik met een vork gaatjes in de bodem.
Verdeel de vulling gelijkmatig over de bodem en leg de rabarber er decoratief bovenop.
Bak de taart 40 minuten in het onderste gedeelte van de oven, tot hij goudbruin is.
Garneer met de rest van de geschaafde amandelen en laat de taart iets afkoelen voor het serveren.