Snijd de champignons in plakjes.
Snipper het sjalotje.
Hak de peterselie fijn.
Meng de eieren, slagroom en een snufje zout in een kom en klop het mengsel goed door met een garde.
Verhit 1 eetlepel boter in een koekenpan en bak de stukjes ui gedurende ongeveer 1 minuut.
Voeg de champignonplakjes toe en bak ze zachtjes mee gedurende 5 minuten.
Schep af en toe om.
Breng op smaak met zout, peper en de helft van de gehakte peterselie.
Verhit in een andere koekenpan ½ eetlepel boter en schep met een soeplepel ¼ van het eimengsel in de pan.
Bak de omelet op matig vuur tot de bovenkant niet meer glibberig is.
Keer de omelet en bak ook de andere kant nog enkele seconden.
Laat voorzichtig uit de pan op een bord glijden en houd warm.
Herhaal dit proces voor de resterende omeletten.
Leg op vier borden telkens twee omeletten.
Verdeel het champignonmengsel over de omeletten en klap ze dubbel.
Garneer met de overgebleven peterselie.