Snijd het vanillestokje in de lengte open en schraap het merg eruit met de punt van een mes.
Breng in een steelpan de slagroom met het vanillemerg en -stokje aan de kook.
Los al roerend de suiker op in de room.
Houd de room op heel laag vuur nog 5 minuten tegen de kook aan.
Week intussen de gelatineblaadjes in koud water.
Haal de pan van het vuur en verwijder het vanillestokje.
Knijp de gelatineblaadjes uit en los ze al roerend op in de hete room.
Zet de pan in een bak met ijskoud water en laat 5-10 minuten afkoelen tot de room lobbig begint te worden (ongeveer zo dik als yoghurt).
Verdeel het roommengsel over de vormpjes, dek af met plasticfolie en laat 2-3 uur opstijven in de koelkast.
Verwijder de kroontjes van de aardbeien en halveer de grote exemplaren.
Meng de aardbeien met de rest van het fruit.
Haal de vormpjes uit de koelkast, verwijder de folie.
Leg een dessertbordje op elk vormpje, schud even en keer ze om, zodat de panna cotta op het bordje glijdt.
Leg de fruitsalade rond de panna cotta.