Schil de witte asperges zorgvuldig en kook ze in ruim gezouten water in ongeveer 20 minuten gaar.
Maak ondertussen de champignons schoon en snijd ze in vieren.
Pel de sjalotjes en hak ze fijn.
Smelt 50 gram boter in een pan en bak hierin de helft van de sjalotjes.
Voeg zodra ze licht kleuren de champignons toe en bak tot al het vocht verdwenen is.
Schenk daarna de helft van de slagroom erbij en laat zachtjes sudderen.
Smelt in een andere pan 50 gram boter en bak hierin de kipfilets in ongeveer 10 minuten lichtbruin.
Bestrooi halverwege met zout en peper en keer de filets om.
Leg de kipfilets op een voorverwarmde schaal.
Voeg de rest van de sjalotjes toe aan het braadvet van de kip.
Schenk de port erbij en laat inkoken.
Voeg de rest van de slagroom toe en breng op smaak met zout en peper.
Laat de saus nog even inkoken.
Leg de champignons en asperges rond de kipfilets en schenk de saus erover.
Serveer direct.