Verwarm de oven voor op 175 °C.
Hak de amandelen en walnoten redelijk fijn.
Meng ze met 50 g suiker, kaneel en 1 el gesmolten boter.
Bestrijk een ovenschaal royaal met gesmolten boter.
Bestrijk de helft van de vellen filodeeg royaal met gesmolten boter en leg ze in de ovenschaal.
Verdeel de gehakte noten gelijkmatig over het deeg en druk ze goed aan.
Bestrijk de overige vellen filodeeg ook met boter en leg ze op de noten.
Besprenkel met een beetje water.
Snijd de bovenste laag deeg met een scherp mes in 16 ruitjes.
Bak de baklava in de voorverwarmde oven gedurende ongeveer 30 minuten, tot ze goudbruin en gaar zijn.
Bestrijk de bovenkant tijdens het bakken twee keer met gesmolten boter.
Rasp de schil dun van de citroen en sinaasappel.
Pers de vruchten uit.
Breng in een pan 100 ml water, citrussap, geraspte schil, resterende suiker en honing aan de kook.
Laat de siroop 10 minuten zachtjes koken en laat vervolgens afkoelen.
Schenk de afgekoelde siroop direct over de baklava zodra deze uit de oven komt.
Laat de baklava nog een uur staan zodat de siroop goed kan intrekken.
Snijd de baklava op de snijlijnen in vierkantjes en serveer op borden.