Zeef de bloem, suiker, vanillesuiker en het zout in een grote kom.
Maak in het midden een kuiltje.
Los de bakkersgist op in handwarm water en giet dit in het kuiltje.
Bestrooi met een beetje bloem uit de kom en laat 10 minuten rusten tot er barstjes ontstaan.
Voeg de eierdooiers en de gesmolten boter toe en klop tot een glad beslag.
Klop de eiwitten stijf en spatel deze voorzichtig door het beslag.
Laat het beslag ongeveer 4 uur rijzen op een warme plaats, afgedekt met een schone doek.
Verwarm het wafelijzer en vet het in met boter.
Giet een beetje beslag in het hete wafelijzer, sluit het en bak de wafels 2-3 minuten tot ze goudbruin zijn.
Herhaal tot al het beslag is opgebruikt.