Meng voor het deeg de boter, suiker en 8 eieren ± 20 minuten door elkaar.
Doe er dan door een zeef de bloem en het bakpoeder bij en meng ze door het botermengsel.
Verdeel het deeg in 2 helften.
Meng het laatste ei en de chocolade door één helft.
Roer voor de botercrème de boter zacht.
Schraap het merg uit de vanillestokjes en meng dit samen met de poedersuiker en de eidooiers door de boter.
Maak laagjes van de 2 soorten deeg. De procedure is als volgt:
Vet de bodem van een grote springvorm (zonder rand!) in en smeer hier een laag deeg van ± 1/2 cm op.
Prik met een vork gaatjes in het deeg en bak het in 15-20 minuten op 200°C bruin.
Zet de bodem daarna op een natte, koude handdoek, dan laat het deeg gemakkelijk(er) los.
Doe hetzelfde met de rest van het deeg. Het handigste is het om meerdere bodems tegelijkertijd te gebruiken.
Stapel deze bodems op een schaal wat betreft de kleur om en om op elkaar.
Doe om en om jam of botercrème tussen/op de bodems.
Leg iets plats bovenop de taart, leg er een gewicht op en laat dit 1 nacht staan.
Er zal wat van de vulling uitlopen, maar dat hoort zo.
Snijd de volgende dag de buitenkant recht af en verdeel de gesmolten couverture over de taart.
Snijd van deze taart zeer kleine, smalle stukjes.
Deze taart is vrij lang houdbaar. Hoe langer de taart staat, des te lekkerder