Kneed van alle ingrediënten een lekker soepel deeg.
Dit kun je met een keukenmachine kneden, maar ook met een broodmachine of (heel stoer) op eigen spierkracht.
Laat het deeg een uur tochtvrij rijzen, dit kan bijvoorbeeld door een pedaalemmerzak over de bak te bevestigen.
De plastic zak houdt de tocht buiten en de warmte en het vocht binnen in de kom.
Bekleed je bakvorm met bakpapier of smeer je bakvorm in met boter en minimaal wat bloem.
Zelf kies ik graag voor bakpapier, omdat ik dan zeker weet dat het brood goed uit de vorm komt.
Druk na een uur het deeg plat en rol het minimaal uit.
Vouw de buitenkanten naar binnen en rol het deeg op tot een mooie rol van ongeveer 20 cm breed.
Verhuis het deeg naar je bakvorm en laat het brood opnieuw ruim een uur tochtvrij en lekker warm rijzen.
Verwarm de oven voor op 225 graden.
Door een schaaltje met water onderin de oven te plaatsen, bak je een iets mooiere korst.
Als je het brood in de over plaats, mag de oventemperatuur terug naar 180 graden.
Bak het brood in ongeveer 25-28 minuten gaar tot het goud oranje is.