De garnalen pellen en onder koud water afspoelen.
Laat ze goed uitlekken en evntueel met wat keukenpapier droog deppen.
In een keukenmachine de garnalen, sjalotje, knoflook, blokjes vetspek, maïzena, suiker, zout en vissaus tot een gladde pasta pureren.
Het eiwit in een schone kom stijf kloppen.
Schep het eiwit door de garnalenpasta.
Vorm hiervan kleine balletjes, ongeveer 1½ cm doorsnede.
De helft apart zetten.
Deze worden voor de soep gebruikt.
Voor de gefrituurde balletje, de olie verhitten en hierin ca 6 balletjes per keer frituren.
Laat op keukenpapier uitlekken.
Voorde soep de bouillon aan de kook brengen.
Ondertussen de kool in dunne reepjes snijden en de uitjes in ringetjes.
Zodra de bouillon kookt de balletjes erbij doen.
Ze zijn gaar als ze boven komen drijven.
Voeg dan de kool toe.
Breng als nodig is de soep op smaak met wat vissaus.
Bestrooi voor serveren met de uitjes.