Meng de vis, de garnalen, de krabsticks, het citroensap, het chilipoeder, de koriander en de maïzena en zet dit ± 1 uur afgedekt in de koelkast.
Verhit in de wok de helft van de olie, voeg de ui en het komijnzaad toe en bak de ui ± 5 minuten zachtjes.
Voeg de bloemkoolroosjes, sperziebonen, maïs, zout, peper, groene peper, verse koriander en 3 eetlepels water toe, schep om en laat afgedekt ± 10 minuten stoven.
Schep de groenten langs de rand van een (voorverwarmde) schaal, zodat in het midden genoeg ruimte overblijft voor de vis.
Dek de schaal met aluminiumfolie af.
Wrijf de pan met keukenpapier schoon, verhit hierin de rest van de olie en bak het vismengsel in 3 gedeelten goudbruin.
Schep het met een schuimspaan uit de pan, laat het op keukenpapier uitlekken en leg het op het midden van de schaal.
Garneer met de pet plakjes limoen.
Lekker erbij: Paratha (plat brood):
Meng 225 gr bloem en 1/2 theelepel zout.
Voeg ± 2 dl water toe en kneed tot een soepel deeg.
Laat het deeg afgedekt 1 uur rusten.
Verdeel het deeg in 8 porties en rol elke porties dun uit tot een cirkel van ± 18 cm.
Bak de paratha's in een hete koekenpan 1 minuut aan de ene kant, bestrijk die dan met 1 eetlepel geklaarde boter of ghee (Indiase geklaarde boter), draai ze om en bak de andere kant nog 1/2-1 minuut.