Bak vier hartige flensjes en houdt deze warm.
Kook de mosselen, haal ze uit de schelp en bewaar ze.
Leng het vocht van de mosselen voldoende aan om er de kabeljauw en zalm in te pocheren.
Haal daarna de vellen en graten weg en maak mooie stukjes van de vis.
Voeg op het vuur bij elkaar: veloutesaus, bechamelsaus, kreeftepasta en geslagen room.
Breng op smaak met wat cayennepeper en citroensap.
Neem de helft van de saus af en doe in de andere helft de vis en de mosselen.
Schep op ieder flensje een lepel saus met vis erin, rol het op en leg het op het bord en geef er nog een lepel extra saus overheen.