Klop de zachte boter luchtig met een vork.
Boen de citroen schoon en rasp ongeveer 1,5 theelepel van de schil.
Meng 0,5 theelepel citroenrasp en een snufje zout door de boter.
Wikkel de boter in plasticfolie en vorm er een rolletje van.
Laat de citroenboter opstijven in de koelkast.
Boen de krieltjes schoon onder koud water.
Kook de krieltjes in ruim gezouten water in circa 15 minuten gaar.
Kook ondertussen de doperwten in een aparte pan in 3 tot 4 minuten beetgaar.
Giet de doperwten af.
Giet de krieltjes af en halveer ze.
Pers de citroen uit.
Meng 1,5 eetlepel citroensap met 3 eetlepels olijfolie en de resterende citroenrasp door de warme krieltjes.
Hak de dille fijn en schep deze samen met de doperwten voorzichtig door de krieltjes.
Breng de aardappelsalade op smaak met zout en zwarte peper.
Verwarm een grillpan of grillplaat voor en bestrijk met de resterende olijfolie.
Bestrooi de kalfsentrecotes met zwarte peper.
Grill het vlees 4 tot 8 minuten afhankelijk van de gewenste gaarheid en keer halverwege.
Leg de entrecotes op warme borden.
Snijd de citroenboter in plakjes en leg deze op het warme vlees.
Serveer de warme krieltjessalade naast de gegrilde kalfsentrecote.