Roer de avond van te voren 100 g boter zacht.
Was en hak wat dragon, kervel en bieslook fijn.
Hak de sjalotjes fijn.
Werk dit alles door de fijngeroerde boter.
Voeg nog wat tijmblaadjes en laurierpoeder erdoor.
Voeg wat zout en peper toe en bewaar de boter tot de volgende dag.
Drie uur voor het bereiden van de bout smeren we hem in met deze boter.
Doe 125 g boter in een kom en doe er de erwtjes, uitjes, de in stukken gesneden worteltjes en bonenkruid bij.
Werk dit met natte handen door elkaar en laat 3 uur rusten onder een doek.
Leg dan de bout in een ovenvaste schaal en zet hem 15 minuten per pond in een oven van 210°C.
Maak de kropjes sla schoon en haal de harten eruit.
Gooi de buitenste bladen weg.
Doe 4 eetlepels bouillon in een pan en het erwtenmengsel.
Voeg er de slaharten bij en 1 eetlepel suiker.
Sluit de pan en laat op een zeer laag vuur 25 minuten koken.
Leg de bout op een voorverwarmde schaal.
Voeg enkele eetlepels bouillon bij de braadjus en schraap op een hoog vuur alle aanbaksels los.
Geef de jus in een sauskom en voeg de room bij de erwtjes en serveer deze apart.