Kook de kip gaar met wat zout en het blaadje salam.
Is de kip gaar, pluk dan het vlees eraf en laat het uitlekken.
In de helft van de bouillon kookt men de witte kool half gaar.
In de andere helft de boontjes half gaar.
Fruit in wat olie de trassi, ui, ketoembar, knoflook en de djinten tot de uien bruin zijn.
Voeg nu de kip toe en maak af met de overige kruiden.
Ondertussen zijn de witte kool en boontjes uitgelekt en kunnen worden toegevoegd.
Laat alles op een klein vuur meteen paar kopjes bouillon nog even sudderen.