Maak de spinazie schoon, was ze goed, wrijf ze fijn in een vijzel.
Leg ze dan in een servet, wring het zó uit dat het sap eruit komt en vang dit op in een schaaltje.
Doe de bloem in een schaal, voeg daarbij de eieren, het zout en het spinazienat. Indien een en ander niet voldoende is om de bloem geheel te doordrenken, voeg dan enkele lepels water bij.
Bewerk het geheel goed met de handen en maak er met de deegroller twee niet te dunne plakken van.
Snijd daaruit met een mes vierkantjes van ongeveer 10 cm.
Bewerk het overgeschoten deel ook met de deegroller en snijd daaruit ook weer vierkantjes, zodat het deeg geheel wordt opgebruikt. [Er zullen in totaal ongeveer 50 stukjes uitkomen].
Zet op het gas een, bij voorkeur wat brede, pan water, waaraan wat zout is toegevoegd.
Zodra het water kookt, doet U er, bij kleine hoeveelheden tegelijk, de ‘lasagne’ in; kook ze, doch niet te gaar.
Haal ze met een schuimspaan uit het water en leg ze op een natgemaakte en daarna weer uitgeknepen doek, waarop ze koud moeten worden.
Maak een tomatensausje en een béchamelsaus klaar.
Beboter de kanten en de boden van een glazen, vuurvaste schaal.
Leg daarin één laag ‘lasagne’, daarop wat champignons, ham, kaas en tomatensaus.
Daarop weer een laag ‘lasagne’, bedekt door wat champignons, ham, kaas en béchamelsaus.
Zo, vervolgens om en om.
Bedek de bovenste laag geheel met béchamelsaus, daarop nog wat fijngemalen kaas en kleine stukjes boter.
Zet de schotel in een matig warme oven gedurende ongeveer 20 minuten, opdat een en ander goed in de ‘lasagne’ kan trekken en de bovenste laag een mooi bruin korstje krijgt.