Voordat je het deeg gaat maken, de oven voorverwarmen op 25 a 30 graden
Waarom gebruik je een oven, vraag je je misschien af.
Eigenlijk heel simpel.
Het dient heel goed als rijskast. Vandaar.
Je kunt het deeg bereiden in een keukenmachine, maar ik doe het liever met de hand.
Hoef ik na het kneden niet meer naar de sportschool.
Heb dan voor die dag een goede work out gehad.
Zeef de boem en maak een kuiltje in het midden en doe daarin het gist en de suiker
Voeg beetje bij beetje het water toe. Ik heb ook hier weer een indicatie van 6 a 7 dl water aangegeven, maar je hoeft je er niet aan te houden.
Kneed het meel, water, gist en suiker tot een soepel deeg.
Als je met je duim het deeg een beetje in drukt en het veert weer terug dan is het deeg goed.
Smeer een kom in met een beetje olie en strooi er wat bloem over.
Zo voorkom je dat het deeg aan de kom blijft plakken.
Laat het deeg, afgedekt met een lauwwarme vochtige doek, 10 minuten rijzen in de oven.
De 10 minuten zijn om, nu is het tijd om bapaoās te maken.
Knip vierkantjes van het bakpapier en leg ze op de bakplaat.
Zo voorkom je later, na het na rijzen van de bolletjes, dat je ze met de handen moet aanpakken.
Je pakt de bolletjes op, aan de randen van het papier en leg ze zo in het stoompannetje.
Kneed het deeg nog even door en maak er balletjes van.
De grootte bepaal je zelf.
Rol het ietsje uit met de deegroller.
Zelf hou ik als maat aan de grootte van mijn hand.
Zorg er wel voor dat de randen wat dunner zijn dan het midden, anders wordt het te dik met het dichtvouwen.
Schep een eetlepel vulling (of meer lepels als je de bolletjes wat groter maak) in het midden en vouw de randjes dicht. Leg het bolletje met de vouwkant op het bakpapier.
Eventueel nog even shapen tot het mooi rond is.
Om te voorkomen dat ze uitdrogen smeer je de bovenkant in met een beetje olie.
Zet de bakplaat weer terug in de oven en laat de bolletjes nog een half uurtje na rijzen