Dit mechels zooiketeltje is een heerlijk romig kipgerecht uit de Vlaamse keuken dat bekendstaat om zijn zachte en volle smaak. In dit traditionele stoofgerecht worden malse stukken kip langzaam gegaard in een romige saus met groenten. Het resultaat is een warm en troostrijk gerecht dat perfect past bij een gezellig diner.
Wat dit gerecht zo geliefd maakt, is de verfijnde balans tussen romig en hartig. Door de kip rustig te laten sudderen, blijven de stukken heerlijk mals en trekken de smaken mooi samen. Het mechels zooiketeltje is daardoor een uitstekende keuze wanneer je een klassiek gerecht wilt serveren dat toch eenvoudig te bereiden is.
Waarom mechels zooiketeltje zo goed werkt
Gebruik bij voorkeur kipdelen met bot voor extra smaak in de saus. Door de kip eerst licht aan te bakken ontstaat een goede basis voor het verdere garen. Voeg daarna groenten zoals wortel, prei en ui toe om het gerecht meer diepte te geven.
Laat het geheel zachtjes sudderen op laag vuur. Zo blijft de kip sappig en krijgt de saus zijn kenmerkende romige structuur. Een scheutje room op het einde maakt het gerecht mooi rond van smaak zonder zwaar te worden.
Serveertips en variaties
Serveer het mechels zooiketeltje met gekookte aardappelen, puree of knapperig brood om de romige saus goed op te nemen. Voor extra frisheid kun je het gerecht afwerken met verse peterselie.
Dit gerecht is bovendien ideaal om vooraf te bereiden, omdat de smaken na het opwarmen vaak nog beter tot hun recht komen.
Meer informatie over veilig omgaan met kip vind je bij het Voedingscentrum. Bekijk ook onze kiprecepten voor nog meer inspiratie.
Breng de groenten, samen met 2 liter water, het kruidentuiltje en het blokje kippenbouillon aan de kook en laat ± 20 minuten koken.
Zeef de bouillon.
Schil de asperges en snijd ze telkens in 3 stukken.
Houd de punten apart.
Voeg de aspergeschillen en de filets bij de bouillon en laat 20 minuten koken.
Haal de filets uit het vocht en zeef de bouillon.
Houd 5 dl apart voor de saus en gebruik de rest om het vlees warm te houden.
Breng gezouten water aan de kook en kook de aspergestukken, zonder de punten in ± 5 minuten krokant gaar.
Voeg dan de aspergepunten erbij en laat samen nog 5 minuten koken.
Smelt in een pan een klontje boter, meng dit met de bloem en 5 dl bouillon en laat inkoken tot de saus licht is gebonden.
Voeg er dan de room aan toe en breng op smaak met peper, zout en nootmuskaat. Voeg er de filets en de asperges bij en spatel de peterselie en de kervel door de saus.
Zeef de melk door fijne zeef om de ‘kwark’ over te houden; dit zijn de ‘matten’.
Laat dit 12 uur staan.
Voeg aan de matten de suiker, de eidooiers, de stijfgeslagen eiwitten en de amandelessence toe en roer alles goed dooreen,zodat een homogene massa ontstaat.
Maak het kneeddeeg klaar.
Beboter een taartvorm, doe daar een eerste laag van het deeg in, daarop de vulling en tenslotte een tweede laag deeg.
Knip de taart aan de bovenkant met een schaar in en zet hem ±30minuten in de oven,
10 minuten heet, 15 minuten middelmatig en de laatste 5 minuten opnieuw heet.
Matte is gestremde melk, dus melk die door zuur toe te voegen wordt gescheiden in vloeistof en vaste stof ,wei en wrongel.
Breng de melk aan de kook en voeg dan de karnemelk toe.
Laat de melk stremmen ,dit gebeurt bijna onmiddellijk, giet het stremsel door een schone kaas- of theedoek en laat het in de koelkast een nacht uitlekken.
Neem 7 taartvormpjes van 8 cm doorsnee, beboter ze en strooi er wat bloem in.
Rol het bladerdeeg uit en verdeel het in 14 stukken: 7 deksels ter grootte van de vormpjes en 7 ronde plakken die iets groter zijn.
Bekleed de vormpjes met de grotere deegplakken, druk ze zachtjes aan en prik er met een vork in.
Roer de matte door een zeef en meng de eidooiers, de suiker en de amandelessence door het stremsel.
Klop het eiwit stijf, spatel het voorzichtig door het mengsel en vul er de deegvormpjes mee.
Bestrijk de randen van de taartjes met geklopt ei.
Leg op elk taartje een deegdeksel en druk de randen stevig aan.
Bestrijk de deksels met ei en maak in het midden van de taartjes een inkeping.
Laat ze in een op 190°C voorverwarmde oven 30 minuten bakken.
Schil en halveer de mango’s, snijd de pit eruit, verdeel het vruchtvlees in dobbelsteentjes van gelijke grootte en bak die kort in een klontje boter, laat ze niet bruinen.
Roer de honing door de mangostukjes en houd alles warm.
Klop de eidooiers, de wijn en de suiker los in een steelpannetje met hoge rand, zodat de suiker in de wijn oplost.
Klop het mengsel op zacht vuur of in een warmwaterbad tot een schuimige massa.
Verwarm de Elixir d’Anvers lichtjes en roer hem door de sabayon.
Verdeel de mango over de schaaltjes en lepel er de sabayon over.
Notes & Wine Advice
Garneer met enkele blaadjes munt en drink hierbij een glaasje Monbazillac.