Kneed de boter en de bloem- of de gewone suiker goed onder elkaar.
Kneed er het ei onder en kruimel er de bloem onder.
Vorm een bal met het deeg en laat die in de koelkast 1 uur rusten.
Klop voor de kaasflan de eidooiers en de suiker samen op.
Roer er de amandelen onder en klop er vervolgens de plattekaas en dan de room onder.
Spatel er de opgeklopte eiwitten met de fijne suiker onder.
Rol het deeg tot een cirkel van 30 cm doorsnede en op ½ cm dikte uit.
Strijk een hoge flanvorm met 24 cm diameter met boter in en bekleed hem met het vetdeeg.
Strijk op de bodem een beetje appelmoes, schep de kaasflan in de vorm tot net onder de rand en bak de taart in een op 180 °C voorverwarmde oven in 40 minuten goudgeel.
Leg er een sjabloon op en versier met poedersuiker.
Been de kalfsborst uit en vul ze op met een mengsel van varkens- en kalfsgehakt,
aangestoofde ui, gehakte peterselie, kruidnagel, peper, zout en spek.
Bak het vlees in boter aan en schuif het dan in een braadslede in de oven.
Bak het in ± 1 uur in een op 200°C voorverwarmde oven verder gaar.
Voeg halverwege het bakproces een versneden wortel, een ui en het kruidentuiltje toe en laat verder stoven.
Bevochtig met de bouillon.
Snijd intussen 3 komkommers in kleine stukken, stoof die met een ui in boter aan en voeg dit mengsel eveneens bij het vlees.
Snijd de derde komkommer in dobbelsteentjes en stoof die tegen het einde van het braadproces eveneens in wat boter aan.; deze dobbelsteentjes dienen als garnituur.
Bind de saus met opgelost maïszetmeel en kruid met peper en zout.